'Er is maar één weg. En dat is de weg van Maria'
'Er is maar één weg. En dat is de weg van Maria'
Leestijd 4 minuten
Maths vrouw Maria woont in een zorginstelling en heeft dementie. Wat hij in de loop der jaren heeft geleerd, vat hij zelf zo samen: "Alles wat Maria zegt, dat is zo. Wat ze zegt, wat ze vertelt, dat klopt. Je kunt wel zeggen dat het niet klopt, maar dat functioneert niet."
Wat dat concreet betekent, laat hij meteen zelf zien. Maria zegt bijvoorbeeld weleens tegen hem dat hij bij een andere vrouw is geweest. "Dat is natuurlijk niet zo," zegt Math. "Maar als Maria zegt dat ik bij die vrouw ben geweest, dan ben ik bij die vrouw geweest. Dan zeg ik haar dat ik dat nooit meer zal doen en als die vrouw aan de deur komt, dat ik haar weg zal sturen.” In discussie gaan doet hij niet meer. “Dat functioneert niet. Dat maakt het gewoon erger.”
Math probeert Maria niet meer mee te nemen naar zijn werkelijkheid. Hij volgt haar in die van haar. Dat is een van de belangrijkste dingen die hij de afgelopen elf jaar heeft geleerd: "Er is maar één weg. En dat is de weg van Maria."
Drenkelingen
Math vergelijkt mensen met dementie met drenkelingen. "Ze klampen zich ergens aan vast en laten dat niet los. Of heel moeilijk. Ze weten wel dat er wat met henzelf aan de hand is, maar ze kunnen dat niet uiten." Bij Maria waren er in het begin drie dingen waaraan ze zich vastklampte: Math, hun zoon en haar handtas. Ze wilde voortdurend weten waar zij waren. Die onrust is inmiddels minder geworden. "De batterij begint langzaam lager te werken", zegt Math.
‘Het is niet anders’
Math heeft jarenlang op de weg gezeten. Door al die ritten deed hij veel mensenkennis op. Niet alleen als taxichauffeur; ook de twintig jaar daarvoor als rij-instructeur telden mee, zegt hij. Met zijn taxi verzorgde hij voornamelijk ziekenvervoer. “Mensen met een gebroken arm, met een gebroken been, met kanker. Ook mensen die nog maar een paar maanden, weken of dagen te leven hadden.”
Voor een bestraling moesten mensen destijds naar Heerlen. “Dan zit je toch twintig, vijfentwintig minuten met elkaar in de auto. Je hebt dan bijzondere gesprekken met elkaar.” Zo leerde Math veel over hoe mensen met ziekte en kwetsbaarheid omgaan. Toch is het anders wanneer het om je eigen vrouw gaat. Math vecht niet meer tegen de werkelijkheid. “Het is gewoon niet anders.”
Blij met hulp
Math woont dicht bij de zorginstelling en komt iedere dag naar Maria. "Dat is het doel: elke dag hiernaartoe komen." Soms zou hij ook iets anders willen doen. Veel activiteiten vinden juist in de middag plaats, wanneer hij bij Maria wil zijn. Een bezoek overslaan doet hij niet gemakkelijk.
"Ik ben blij met mijn zus en met alle anderen", zegt Math. Zijn zus is nauw betrokken bij hem en Maria. Ze werkte jarenlang met kwetsbare mensen, onder wie mensen met beginnende dementie. "Niet tegenspreken", vult ze aan. "Als iemand iets niet wil, loop je even weg. Een minuut later kom je terug en vraag je het opnieuw. Dan kan het antwoord ineens anders zijn."
Ook mensen die Math en Maria kennen van ontmoetingscentrum De Ketel komen nog altijd bij Maria langs. "Carla komt nog iedere dinsdagmiddag op bezoek." Die mensen om hen heen betekenen veel voor Math. "De verstandhouding is fijn. Dat vind ik echt belangrijk."